zaterdag 19 juni 2010

Hospiteren

Jeugdige weduwe (32) zoekt huurder (m) die wat leven in de brouwerij brengt.
Nadat mijn man is overleden is het erg stil in huis. Ruimte is er genoeg en aan een kat of hond heb ik geen behoefte. Ik zoek dan ook een leuke student om weer wat leven in de brouwerij te brengen. De kamer is 24m2, goed gelegen en 320 euro inclusief gas/water/licht per maand.


Dit was praktisch het beste aanbod dat ik in tijden had gezien en dus reageerde ik meteen. De tekst was als vanouds: ‘vlotte muziekstudent, houdt wel van een biertje of een goed glas wijn, reeds gestudeerd dus weet al wat van de wereld, leest ook graag een goed boek...’ Daar kwam het ongeveer op neer.

Een paar dagen later kwam de reactie.

Hoi, graag nodig ik je uit voor een bezichtiging. Ik heb zelf klassiek piano gestudeerd en ook al doe ik er eigenlijk niets meer mee, ik speel nog steeds met veel voldoening. Graag zie ik je morgenmiddag, als jou dat schikt, om vier uur.

Groet, Daphne.


Zodoende verscheen ik die woensdagmiddag in één van de sjiekste buurten van de stad waar ik voor een kapitaal pand mijn gammele en roestige fietsje aan een lantaarnpaal naast een geparkeerde Range Rover vastketende. Afgezien van een merel die ergens in een grote beuk op de hoek zijn liefdeslied zong was het in de straat doodstil. Bij nummer 19 belde ik aan. Na een half minuutje wachten riep een vrouwenstem, vermoedelijk door het sjieke marmeren trapgat dat zich achter de deur voor mij bevond: ‘Ik kom er aan!’
‘Vreemd’, dacht ik bij mezelf. Ik was natuurlijk niet te vróeg verschenen.

Nog een minuut later ging de deur open en verscheen compleet in badstof gekleed mijn aanstaande hospita in de deuropening.
‘Sorry voor het wachten. Ik lag in bad en was helemaal de tijd vergeten.’
Jeugdig was ze zeker. Haar haar zat verborgen onder de handdoek die als een soort nefertititoeter op haar hoofd stond, maar volle lippen, gladde blanke wangen en zachtblauwe ogen lachtten mij hartelijk en uitnodigend toe.
‘Geeft niet’, zei ik, ‘sterker nog, het spijt mij dat ik uw middagduik zo onderbreek.’
‘Kom nou maar binnen. Ik heb je zelf uitgenodigd en warm is het nog niet echt buiten.’
Ik ging binnen. De, zoals Hermans het beschrijft, groene winter achter mij latend terwijl de volle nazomer voor mij mij de weg wees.

‘Thee?’
‘Graag.’
‘Nog voorkeuren? Ik heb groene, munt- earl grey en rooibos. De earl grey vind ik verschrikkelijk, maar dat vond mijn man dan weer fantastisch, dus die heb ik nog.’
Ik grijnsde even. ‘Rooibos alstublieft.’
‘Zeg maar jij, alsjeblieft.’
Terwijl zij in de open keuken bezig was bewonderde ik het interieur en in het bijzonder de Steinwey-vleugel die groot en glimmend zwart een kwart van de gigantische kamer in beslag leek te nemen doordat hij niet in een hoekje was gereden.
‘Je mag er best op spelen als je dat wil, te zijner tijd.’ Zei ze zonder mijn kant op te kijken. ‘Of vind je hem niet mooi?’
‘Natuurlijk, zeker, hij is prachtig.’ Maar hem aanraken leek me nu even te ver gaan.
‘Suiker?’
Eén schepje alstublieft.’
‘Zeg alsjeblieft ‘jij’.’
‘Ga zitten.’ Zei ze quasi-verbaasd zoals alleen een echte gastvrouw dat doet.
Ik ging zitten op de, naar alle waarschijnlijkheid peperdure leren bank. Hij zat wel aardig.
‘Gekregen van mijn man.’ Ze bedoelde natuurlijk de Steinwey. Het bleef even stil.
‘Als huwelijkskado’ ging ze verder, terwijl ze met het zilveren art-deco blad op me toe liep.

‘Nog geen tien jaar ouder en al weduwe en stinkend rijk .’ Dacht ik een beetje weifelachtig. ‘Hoe veel ouder zou hij geweest zijn...’
Hoe dan ook, hij had het toch maar mooi voor elkaar gehad. Zelfs al had ze hem niet zo vaak haar liefde geschonken, dan nog was het kijken luisteren naar deze nymph al een genot geweest, of ze nou speelde of sprak.
Sommige mensen spreken zo mooi dat ze je haast hypnotiseren. Ontmoeten doe je ze zelden, maar Daphne was zo iemand.

‘Zo, vertel eens. Over jezelf, bedoel ik dan. Wat doe je zoal in het leven?
‘Barokviool spelen, voornamelijk.’
‘Ah. Een oude muziekfanaat. Bach?’
Ja, heel graag. Maar vooral Locatelli, de snarenverkoper uit Amsterdam. ’s Nachts schreef hij de meest fantastische vioolconcerten.’
‘Ok. En Vivaldi?’
‘Ook mooi, zeker. Niets mis met een goede sequens’ zei ik met een grijns. ‘Corelli ook, maar eerder nog Monteverdi.’
‘Ik ben dol op Monteverdi. Prachtige muziek. En verder?’
‘Een beetje piano spelen: Chopin, Schubert, Mozart. Maar echt goed gaat dat nog niet.’
Een aanmoedigende blik van haar...
‘Verder hou ik erg van lezen.’
‘Wat dan zoal?’ Ze keek heel geboeid.
‘Tsjechov, Hemingway, Reve, Hermans, Schiller, Flaubert, Céline... Maar ook moderne dingen zoals de Schaduw van de wind van Zafon en Joe Speedboat.’
‘Van Wieringa...’
‘Ja, prachtig boek.’
‘Prachtig boek inderdaad.’

Ze zat daar maar in een hoekje van de bank, d’r benen naast zich opgetrokken en hield d’r thee met twee handen om de mok dicht bij haar gezicht. Mij gaande houdend en ondertussen er voor zorgend dat de sfeer ondanks haar beperkte gekleedheid heel ontspannen bleef.

‘En naast lezen en de muziek... heb je nog meer aardsere interesses?’
‘... zoals?’ Vroeg ik enigszins verbaasd, niet wetend wat te antwoorden.
‘Gewoon. Een jongen van jouw leeftijd gaat toch wel eens een biertje drinken in het café met z’n vrienden, jaagt achter de meisjes aan, of sporten... Heb je een vriendinnetje?
‘Nee,’ antwoordde ik, ‘maar in het café zitten doe ik graag en daar kom ik wel eens een vriendinnetje tegen. Zijn die hier toegestaan trouwens?’
‘Ja, natuurlijk. Ik wilde wat leven in de brouwerij en een jongeman zonder vriendinnetjes brengt weinig leven in de brouwerij, niet?’
Ik grijnsde instemmend.
‘Hoe lang duurt het meestal?’
Ik was verrast, maar gaf voordat ik doorhad wat voor intieme vraag dit was al automatisch antwoord: ‘een paar weken. Dan gaat het mis op de complxiteit of de grilligheid van haar of iets dergelijks.’
‘Het ligt nooit aan jou?’
‘Jawel. Ik zet de stop erop... maar dit zijn mij wel erg persoonlijke vragen voor een kennismakingsgesprek.’ Ging ik verder.
‘Ja,' antwoordde zij onverstoorbaar, 'maar daar ik een vrouw ben is de manier waarop jij omgaat met vrouwen wel degelijk relevant. Behandel je ze wel met respect?’
Ik kon niet anders dan antwoord geven, zoveel was duidelijk.
‘Ja, ik behandel ze zeker met respect. Ik sta bekend als welgemanierd volgens mij, zowel bij vrienden als vriendinnen.’
‘Dus je duikt in die café’s gewoon meisjes op die eigenlijk niet bij je passen en jij komt daar als eerste achter...?’
‘Ja, zo zou je het kunnen omschrijven. Meisjes zijn toch ook complex?’ Probeerde ik de richting van het gesprek te keren.
‘Ja, zeker op die leeftijd. En later komen er weer andere dingen. Dan willen ze trouwen, kinderen, een eigen auto, toch wel eens wat anders in hun leven, oftewel een minnaar, dan willen ze scheiden omdat hij dat ook wil, dan willen ze hem toch ook weer niet kwijt... vervolgens komen ze in de overgang en dan wordt het helemaal ingewikkeld. Je bent musicus, of in ieder geval zo goed als, ik raad je aan homo te worden.’
Ik lachte luid. Zij ook, zij het iets minder.
‘Was het maar zo simpel...’ antwoordde ik meewarig.
‘... dan zou de mens snel ophouden te bestaan.’ Vulde zij aan. Stilte.

‘Maar goed, even ter zake. Je wilt de kamer?’
‘Ja’ antwoordde ik.
‘Nou, dat is dan geregeld.’ Antwoordde zij. ‘De huur is niet te hoog?’
‘Lager mag altijd.’ Retourneerde ik met een zoete glimlach.
‘Voor niets gaat de zon op,’ antwoordde zij weer ‘ maar wie weet valt er wat te regelen.’ Ze keek me op een vreemde manier aan en ik keek niet begrijpend terug.
‘Huursubsidie?’ probeerde ik.
‘Je hebt vast wel eens geen zin om op je fiets te stappen om naar één van je café’s te gaan...’ antwoordde zij met diezelfde blik in haar ogen.



De groene Groninger, 2010.